Aapje hoopt dat Hij komt

Oh, kom tot ons en laat de wonderen van uw pracht zien.  Boek Raarmeer, regel 1 en 2
Aapje aanbidt Koning Winter en hoopt vurig, nee ijzig, op zijn komst.

Aapje voorspelt

Laat eerst die sneeuw maar vallen, die zakt weg in de Plassen  van Raarmeer. En dan uw droge adem over het water. Oh geef ons dagelijks zwart ijs en ik vergeet dat U 4 jaar niet zichtbaar bent geweest.
Ik zal uw naam kerven op de bovenkant van het water, waar ook ik straks overheen kan lopen.
Uit eerbied draag ik de schoenen met de naam van uw zoon Prins Viking II.  De vaseline heb ik al uitgepoetst, de ijzers met de wetsteen gescherpt. Ja, ik ben klaar voor een zegetocht.
Laat de zon schijnen over het riet, richt de wind op mijn rug, waar ik ook ga. Wees mij genadig en blaas me van koek en zopie naar koek en zopie. Help mij overeind als ik struikel bij de kluun plaatsen. Ik heb al geoefend met wollen sokken op het gladde laminaat en ging maar één keer op mijn plaat.
Wees onze Burrie nabij, opdat hij verstandig met zijn boek der draaiboeken  omgaat.
Wie kan hier een prachtig gedicht van maken?
Aapje