Niet zo’n mooi kerstverhaal

In het grote bos was het koud en donker. Rekel keek naar de lichtjes in de verte. Daar lag Raarmeer, daar was het vast warm en goed.

Maar ja, dat grote bos verlaten en door het open veld naar die plattelandsgemeente gaan, was niet zonder risico’s. Hij besloot in een klein bootje te stappen en zich mee te laten voeren op de stroom. Vanuit de Rijn kwam Rekel in het Aarkanaal en ergens vlakbij Aardam sprong hij aan wal. Een grote Vlinder stond daar mooi te zijn, maar toen hij die Vlinder even aansprak, bleek het allemaal niet zo mooi te zijn. ‘Ik moet weg, ik mag niet blijven,’ sprak de Vlinder sip.

Rekel schrok een beetje en holde snel door totdat hij een bord Vivero zag. Allemachtig, wat zijn de Mollen hier actief, dacht Rekel, toen hij al die hopen grond zag. Een Strooplikker vertelde hem dat het geen Mollen, maar mensen zijn, die allemaal huisjes willen bouwen.

Verderop bij Nieuwveen zei een eenzame Rugstreepkikker hetzelfde. ‘Verwonder je over dit platteland, het wordt volgebouwd. Wij moesten ook al verkassen.’

Bij Noordeinde was het Tochtpad ook allang geen paadje meer, maar een brede weg en aan het einde verrijzen steeds meer huizen. Via de Kous kwam Rekel in Noorden waar een Koet en een Veenmol een treurig verhaal vertelden over een tuindersbuurt, die geen tuindersbuurt meer is en een driekoppenland, waar alleen maar koppen rollen.

Langs de plassen rende Rekel naar Nieuwkoop om te ontdekken dat ook daar Woelmuis en Platvis allang niet meer bestaan. Rekel hoorde wel een vaag verhaal over een Otter, maar nog nooit had iemand die gezien of gesproken.

Een beetje teneergeslagen liep Rekel totdat hij ineens bij een Haasje kwam. Deze flapoor zei dat het in Raarmeer helemaal niet zo goed toeven was en dat hij erover dacht om naar het bos in de verte te gaan.

Dat beviel Rekel wel en hij nodigde het Haasje uit. ‘Ga mee, ik kom daar vandaan. Jullie lichtjes leken mij heel aantrekkelijk, maar ik heb ontdekt dat het allemaal nep is. Het lijkt allemaal zo mooi, maar schijn bedriegt. Iedereen zit in z’n eigen huisje en doet z’n eigen zin. Raarmeer heeft heel veel rare dorpjes met rare mensen. Ze zeggen dat ze het voor elkaar doen en dat ze het dus voor elkaar hebben.’

Haasje was snel overtuigd en samen met Rekel is hij naar het bos gegaan.

Arme Haas, wist hij veel dat Rekel verdacht veel op een Raarmeerder lijkt en gewoon een kerstdiner zocht?

Rekel